Joden zijn voor de laatste tweeduizend jaren bekeken als ‘de ander’ die snel gezien kan worden als een bedreiging of als de vijand. Hieruit ontstaat Jodenhaat. Hoewel Joden altijd een klein aantal waren, waren ze ook duidelijk aanwezig. De Joodse identiteit is voor het algemeen publiek altijd moeilijk te begrijpen geweest omdat het niet kan worden thuisgebracht onder de verschillende klassieke noemers, zoals geloof, cultuur of nationaliteit. Hierdoor is de ‘Jood’ een middel geworden om een zelfbeeld te creëren, dikwijls in oppositie. Zowel het symbool van de Davidster als de geschiedenis bestendigen dit fenomeen.
In de periode na de oprichting van Israël is er een nieuwe vorm van antisemitisme ontstaan in de vorm van antizionisme. Felle aanvallen op Israël als de Joodse staat zijn een deel van de huidige politieke evolutie en het politiek discours. Het heeft zelfs het punt bereikt dat het onderwijs of verkiezingen kunnen worden beïnvloed door berichten over Israël ook al heeft dit land niets te maken met de interne politieke ontwikkeling.
Hoe is het te begrijpen dat het hedendaags antizionisme een nieuwe vorm van antisemitisme is geworden dat zich onderscheidt van de oudere vormen?
Het oude antisemitisme ontstond tijdens de eerste eeuwen wanneer het Romeinse Rijk werd gechristianiseerd. Polemische klerikale geschriften en preken beschuldigden de Joden ervan Jezus Christus te hebben gedood en niet te hebben aanvaard als de Messias, de zoon van God. Zoals Caïn waren ze fysiek gemarkeerd en veroordeeld om eeuwig rond te dwalen zonder een thuisland en zonder hoop op verlossing. Joden werden daarom gewantrouwd in christelijk Europa en beschuldigd als de oorzaak van catastrofes zoals de pest, epidemieën of sommige onopgeloste misdaden. De kruistochten van de elfde en twaalfde eeuw zweepten de gemoederen op tegen de Joden en het fenomeen van pogroms of pogingen tot het uitmoorden van Joodse gemeenschappen begon. Joden werden er ook van beschuldigd geheime satanische rituelen uit te voeren zoals het vermoorden van jonge kinderen voor hun bloed, de zogenaamde ‘blood libel’ (bloed smaad).
De eeuwenlange evolutie leidde ertoe dat Joodse gemeenschappen verplicht werden om afgezonderd van de samenleving te leven, in een ghetto of een gescheiden bewoning in een bepaalde wijk, wat het wantrouwen tegenover hen nog meer aanwakkerde. Sommige overheden verboden aan Joden de toegang tot hun gebied, zoals het graafschap Vlaanderen in de middeleeuwen. De eerste Joodse bewoning in de geschiedenis van het huidige België was in de provincie Brabant, het hertogdom Brabant, en daarom worden ze door historici zoals de Leuvense hoogleraar Jo Tollebeek ‘de Brabantse Joden’ (‘les Juifs de Brabant’) genoemd. Ze moesten vluchten voor het antisemitisme in het Rijngebied zoals de pogroms in het Keulen van de dertiende eeuw.
Een eerste mutatie van de Jodenhaat begon in de negentiende eeuw wanneer het secularisme opgang begon te maken. Na de Franse Revolutie werden Joden dezelfde rechten gegarandeerd in meer en meer landen en ze assimileerden en masse in de samenleving. De assimilatie leidde tot een nieuwe vorm van antisemitisme, de zogenaamde ‘geheime Joden’, ook al hadden ze zich in sommige gevallen bekeerd tot het christendom. Die verdenking gaat zelfs terug tot de Spaanse Inquisitie van de zestiende en zeventiende eeuw die onder dwang bekeerde Joden (maranos) wantrouwde en hen veroordeelde bij het minste wantrouwen, de ‘auto-da-fé’. In de negentiende eeuw werden ze ervan verdacht om in het geheim een buitengewone invloed uit te oefenen. De ‘Protocollen van de Wijzen van Sion’, geschreven in Tsaristisch Rusland door enkele hogere ambtenaren, verkondigde de fantasie van een geheime samenzwering tegen het land. Op die manier werden Joden met een nieuwe bril bekeken, als vijanden van zowel het kapitalisme als het communisme. Via hun geheime methoden oefenden ze een macht uit buiten proporties en daarom vormden ze een grote bedreiging. Dit toont aan dat Joden werden beschouwd als de verpersoonlijking van alles wat verwerpelijk was in de samenleving. Het was niet langer om religieuze redenen maar om persoonlijke kenmerken. Zij zouden ontrouw zijn tegenover de samenlevingen waarin ze leefden en daarom ondermijnden ze Europa. Deze evolutie leidde snel tot een racistische verklaring van het ‘Joodse type en karakter’ onder de invloed van een nieuwe wetenschappelijke richting die toen opgang maakte, de biologie. In ‘Mein Kampf’ beweerde Hitler dat het Joodse karakter, nefast en onbetrouwbaar, een kwestie van DNA en biologie was, het ‘ras’. Omdat het werd verklaard via het DNA, en dus erfelijk, was een oplossing niet mogelijk tenzij de totale uitroeiing van dat ‘ras’. Op deze wijze zou Europa worden gered. Het werd de Holocaust of de ‘Shoa’ met de uitroeiing van zes miljoen Europese Joden.
Een tweede mutatie van het antisemitisme begon te ontstaan na de oprichting van Israël in 1948. Na de Holocaust en de veroordeling in 1946 door het Internationaal Militair Tribunaal van Nuremberg (NIMT) was antisemitisme op basis van een ‘ras’ niet meer mogelijk en dus werden andere verklaringen gezocht voor de rechtvaardiging van een negatieve kijk op Joden. Het evolueerde van een raciale naar een politieke verklaring. Het ontstond in geschriften van de Sovjet-Unie en in de Arabische landen. In deze mutatie worden de oude stereotypes herpakt in hedendaagse politieke termen. Aanvallen tegen Israël worden uitgevoerd met woorden die gebruikt werden om Joden te vernederen en te ontmenselijken. Israël wordt omschreven als hebzuchtig, met een lust naar macht en kwade bedoelingen, nog steeds via de methode van geheime kanalen en invloeden. De kreet ‘Joden zijn schuldig’ van Nazi Duitsland werd omgevormd tot de kreet ‘Israël is schuldig’, de basis van het antizionisme. Kortom, de oude vooroordelen en beschuldigingen worden nu samengevat voor gebruik door het antizionisme.
Antizionisme is de hedendaagse vorm van antisemitisme. Het is een politiek antisemitisme geworden met recuperatie van oude beschuldigingen maar anders verpakt. Israël wordt bekeken als een geval apart, een zeer problematisch geval, dat een aparte behandeling vereist. Zo ontstond in diplomatieke kringen en in de Verenigde Naties een dubbele standaard, één voor de wereld en een andere voor Israël. Dit verklaart waarom vele VN-organen elk jaar talloze resoluties tegen Israël stemmen maar met geen woord reppen over de talrijke schendingen van de mensenrechten in talloze landen. Israël is het zwarte schaap van het huidige antisemitisme. Een voorbeeld van een oude beschuldiging is de ‘blood libel’ (bloed smaad) dat nu wordt gebruikt in de Gaza oorlog. Israël zou met opzet meer dan tienduizend kinderen moedwillig hebben gedood volgens de Hamas cijfers die kritiekloos worden overgenomen in het politiek discours van Westerse journalisten en politici. Kritiek op Israël is vanzelfsprekend mogelijk zoals dat het geval is voor de politiek van alle landen. Het antisemitisme als antizionisme onderscheidt zich door het obsessioneel schuldig verklaren van Israël met alle denkbeeldige middelen. De Moslimlanden zijn zeer actief in dit rituele antisemitisme en gebruiken al hun invloed om dit doel te bereiken, zowel via diplomatie als via de talrijke Moslim migranten in Europa. Het antizionisme als antisemitisme treft ook de Joodse gemeenschappen in Europa die geïntimideerd worden door het politiek discours van het antizionisme. Zij blijven Israël steunen maar kunnen dit niet meer uitdrukkelijk zeggen uit schrik van ostracisme in de media en de politiek. Daarentegen zijn Moslimmigranten en de seculiere extremisten van progressief Links actief om politieke munt te slaan uit het huidige antisemitisme. Op deze wijze wordt niet enkel Israël ondermijnd, maar ook Europa zelf waar de vrijheid van meningsuiting en de gewetensvrijheid onder bedreiging zijn gekomen. De catastrofe die Europa in de 20ste eeuw heeft getroffen, wordt voor het eerst opnieuw denkbaar ondanks de retoriek van het belang van de mensenrechten en de waarden van de democratie.
