Wat het denken vormt, vormt de samenleving
Wat het denken vormt, vormt de samenleving
Hoe eenzijdig lesmateriaal over het Israëlisch-Palestijns conflict in Belgische scholen polarisatie en antisemitisme in de hand werkt — en wat dat betekent voor Joodse leerlingen en leerkrachten.
Onderzoek: IMPAC ivzw (International Movement for Peace & Coexistence), Brussel, september 2024 · Voorwoorden: emeritus hoogleraren Mark Elchardus (VUB) en Guy Haarscher (ULB) · Corpus: 52 lesbronnen (27 Vlaanderen, 25 Fédération Wallonie-Bruxelles) · Methode: systematische inhoudsanalyse aan de hand van tien onderzoeksindicatoren.
Waarom dit onderzoek
Sinds 7 oktober 2023 noteert Unia een stijging van meer dan 1.000% in het aantal gemelde antisemitische incidenten in de twee maanden na de aanslagen, vergeleken met dezelfde periode in voorgaande jaren. Vlaamse onderwijskoepels, de Staatsveiligheid en OCAD melden tegelijk een toename van polarisatie en radicalisering onder scholieren. Een beleidsverantwoordelijke van het Gemeenschapsonderwijs sprak over een sprong van drie à vier meldingen per jaar in 2018–2019 naar drie à vier meldingen per dag.
Het verband tussen het conflict en antisemitisme in België is niet nieuw — Unia stelde het al vast in 2009 — maar wat er in de klas over dat conflict wordt verteld, was nooit systematisch onderzocht. Observatie in de klas is praktisch onmogelijk; de tweede beste methode is nagaan uit welk materiaal leerkrachten kunnen putten. Dat is wat IMPAC deed.
Wat het betekent voor Joodse kinderen
Uit eerder onderzoek van het EU-Grondrechtenagentschap blijkt dat 88% van de Belgische Joodse respondenten zegt dat het conflict hun veiligheidsgevoel in België beïnvloedt — tegenover een gemiddelde van 69% in de twaalf onderzochte landen. Ouders melden incidenten waarbij kinderen op weg van of naar school worden beledigd, bespuwd of lastiggevallen; sommige incidenten vinden op school zelf plaats.
Ariella Woitchik van het Europees Joods Congres, dat in Brussel is gevestigd, stelt dat “Jood” op Belgische openbare scholen de meest verspreide scheldnaam is geworden, en beschrijft het dilemma van Joodse ouders zo: ofwel gaat het kind naar een openbare school en is het kind een doelwit, ofwel gaat het naar een Joodse school en is de school een doelwit. UNESCO en OSCE wijzen er bovendien op dat Joodse leerlingen zichzelf gaan censureren: ze maken geen gebruik van hun recht op vrije meningsuiting, zeker niet wanneer ze empathie of steun voor Israël willen uiten.
Casus. Poster gemaakt onder leiding van een leerkracht in een Vlaamse basisschool. Leerlingen tekenden en kleurden zelf de slogan “From the river to the sea, Palestine will be free” in. Onderaan een oproep om naar “de rode vossenklas” te komen — RedFox is de jeugdbeweging van de PVDA. Het project vermeldde uitsluitend het lijden van kinderen aan één zijde. Credits: IMPAC ivzw.
Het rapport beschrijft deze casus als een schoolvoorbeeld van wat er misloopt. De poster bevat niet-onderbouwde en opruiende beweringen, promoot het standpunt van één politieke partij, en laat leerlingen een kant kiezen in een complexe kwestie. Dat het door leerlingen zelf werd getekend en ingekleurd, zorgt voor verinnerlijking. IMPAC noemt het een systeemprobleem dat niemand binnen de school vaststelde dat dit de Vlaamse onderwijsbeginselen schond.
De bevindingen
Van de 52 geanalyseerde bronnen bevatte er één — een inmiddels uitverkocht geschiedenisboek — geen enkel problematisch element. Alle 51 andere activeerden minstens één onderzoeksindicator; 88% activeerde er zes of meer.
Onevenredige focus op één conflict
Zoekopdrachten op de officiële Vlaamse lesplatformen leverden voor Israël, Palestina en Gaza een veelvoud op van het materiaal over Oekraïne, Jemen, Soedan, de Oeigoeren of de Rohingya. Waar “Oekraïne” ook resultaten opleverde over economie, klimaat en cultuur, gaf “Israël” vrijwel uitsluitend conflictgerelateerde inhoud. Zoekopdrachten naar andere oorlogen leverden zelfs regelmatig materiaal over Israël op.
Het P3-narratief
IMPAC vat de terugkerende kenmerken samen onder de noemer P3: partijdig, polariserend, politiek. Vijf markers:
- Verkeerde voorstelling en oversimplificatie — minimalisering van de Joodse band met het land, delegitimering van de stichting van Israël, gelijkstelling van zionisme met kolonialisme, bagatellisering van de terroristische aard van Hamas.
- Bevooroordeeld en emotioneel taalgebruik — kritiekloos gebruik van termen als apartheid, kolonisatie, etnische zuivering en genocide.
- Partijdige vertegenwoordiging — geen tegenstemmen, dubbele standaard.
- Geregisseerde framing — suggestieve vragen en misleidende vergelijkingen die leerlingen naar een vooraf bepaalde conclusie leiden.
- Stereotypen en negatieve beeldvorming — clichés over rijkdom, macht, invloed en kwaadwillige bedoelingen.
Concrete voorbeelden uit het corpus: formuleringen over “rijke Amerikaanse en Russische Joden”, over westerlingen die “met veel wapens, geld en macht” komen, of over Israëli’s die “het voor het geld doen”. In één Franstalig lespakket staat een prent van een stereotiep afgebeelde orthodoxe Jood die een soldaat aanspoort sneller te schieten — een echo van middeleeuwse fabels over Joden die onschuldigen kwaad doen. Sommige bronnen zijn bestemd voor de lagere school.
In strijd met het eigen onderwijsbeleid
Zowel Vlaanderen als de FWB leggen neutraliteit, objectiviteit, diversiteit aan perspectieven, het tegengaan van polarisatie en het ontwikkelen van kritisch denken op. Vlaanderen verbiedt scholen uitdrukkelijk politieke ideeën of propaganda te verspreiden; de FWB eist dat feiten “met de grootst mogelijke intellectuele eerlijkheid” worden gepresenteerd. Het geanalyseerde materiaal voldoet daar volgens het rapport grotendeels niet aan.
Financiering met overheidsgeld
Een aanzienlijk deel van het materiaal wordt rechtstreeks of onrechtstreeks door de overheid gefinancierd, via de Directie-generaal Ontwikkelingssamenwerking (DGD), Enabel en BEGlobal, die met koepels als ACODEV en de NGO-federatie samenwerken. IMPAC benadrukt dat ngo’s het volste recht hebben op een eigen politieke agenda, maar dat het niet correct is die via de school te realiseren.
De context volgens Mark Elchardus
In zijn voorwoord verwijst Elchardus naar zijn eigen onderzoek in Brusselse scholen (2010, ruim 2.500 leerlingen): 14 tot 16% van de jongeren ging akkoord met klassieke antisemitische stellingen, maar bij moslimleerlingen liep dat op tot 47 à 57%, tegenover 8 à 13% bij niet-moslims — vijf keer zoveel. Onderzoek in Antwerpen en Gent (2012) gaf nagenoeg dezelfde resultaten.
Elchardus beschrijft hoe die bevindingen destijds op stilte stuitten: geen enkele school of beleidsmaker nam contact op, wel volgde een — ongegrond bevonden — racismeklacht. Hij verklaart dat vanuit wat hij de slachtofferschapscultus noemt: een wereldbeeld dat mensen opdeelt in daders en slachtoffers, waarbij slachtoffers per definitie geen vooroordelen zouden kunnen hebben. Precies daarom, stelt hij, is de manier waarop in de klas over het conflict wordt gesproken van groot belang.
Aanbevelingen van IMPAC
- Regelgevende kaders — onafhankelijke controleorganen in Vlaanderen en de FWB, samengesteld uit pedagogen en experts inzake samenleven, discriminatie, antisemitisme en radicalisering, die lesmateriaal over het conflict toetsen; onder meer via een neutraal lexicon voor omstreden termen.
- Herziening van de federale richtlijnen voor wereldburgerschapseducatie — “politieke belangenbehartiging” als doelstelling mag niet botsen met de onderwijsnormen van neutraliteit en objectiviteit.
- Doorlichting van financiering — onafhankelijk en transparant onderzoek naar het gebruik van publieke middelen voor lesmateriaal.
- Monitoring — longitudinaal onderzoek naar het effect van bevooroordeeld lesmateriaal op houdingen en gedrag van leerlingen, ook in hoger onderwijs.
- Transparantie — al het lesmateriaal vrij toegankelijk maken, zonder wachtwoord of registratie, zodat ouders en de bredere gemeenschap kunnen inzien wat kinderen krijgen onderwezen.
Het rapport plaatst deze aanbevelingen uitdrukkelijk in het kader van het Belgische Nationaal Actieplan tegen Antisemitisme. In een eerdere internationale doorlichting (NOA-rapportkaart, 2022) kreeg België voor het beleidsdomein onderwijs de laagste score van alle tien getoetste domeinen — 31%, met een score van nul voor de indicator “schoolboeken”.
“Iedereen in onze samenleving en zeker de kinderen en jongeren hebben baat bij evenwichtigheid, nuance, kritische zin, zorgvuldig onderbouwde beweringen, respectvol taalgebruik.” — Mark Elchardus, in zijn voorwoord bij het rapport.
Bronnen
Samenvatting door het Joods Informatie- en Documentatiecentrum (JID), Antwerpen, van het rapport Shaping Minds, Shaping Society — Een analyse van lesmateriaal over het Palestijns-Israëlisch conflict in de context van toenemende polarisatie en antisemitisme in België (IMPAC ivzw, Brussel, september 2024, 206 p.). Deze samenvatting focust op de aanleiding, de context en de gevolgen voor Joodse leerlingen, aangevuld met de hoofdresultaten en aanbevelingen.
