Antisemitisme in België: a perfect storm

Antisemitisme in België: “a perfect storm”

Het eerste grootschalige opinieonderzoek over de beeldvorming van Joden in België sinds decennia schetst een verontrustend beeld: wijdverbreide onwetendheid, hardnekkige vooroordelen en drie duidelijke haarden van antisemitisme die elkaar versterken.

Onderzoek: IPSOS België in opdracht van het Institut Jonathas · Veldwerk: 8–12 mei 2024 · Steekproef: 1.000 Belgen van 18 jaar en ouder (quota op geslacht, leeftijd, regio) · Rapport: Joël Kotek & Joël Amar, april 2025 · Steun: Fédération Wallonie-Bruxelles, in partnerschap met het CEESAG (ULB).

Samenvatting door het Joods Informatie- en Documentatiecentrum (JID), van het rapport “L’antisémitisme en Belgique : a perfect storm — notre analyse du sondage réalisé en 2024 par IPSOS pour l’Institut Jonathas” (Joël Kotek & Joël Amar, Institut Jonathas, april 2025, 76 p.). Bronvermelding bij overname: “Antisemitisme in België: a perfect storm, Institut Jonathas”.

Volledig rapport: jonathas.org.

Opzet van het onderzoek

Vrijwel niemand noemt zichzelf vandaag antisemiet. De onderzoekers peilden het antisemitisme daarom indirect: via zo’n zestig vragen, waarvan vijftien stellingen die klassieke en hedendaagse anti-Joodse clichés verwoorden (geld, macht, ras, godsdienst, Shoah, Israël). Respondenten konden antwoorden met “volledig/eerder waar”, “eerder/volledig onwaar” óf “weet niet” — die laatste optie ontbreekt in vergelijkbare Franse peilingen.

Voor de vragen over Israël hanteert het rapport de IHRA-werkdefinitie van antisemitisme. Kritiek op Israëlisch beleid, steun aan de Palestijnen of oppositie tegen de regering-Netanyahu gelden uitdrukkelijk niet als antisemitisme. Wel als indicator gelden: het ontzeggen van zelfbeschikking aan Joden, het nazificeren van Israël, dubbele standaarden en het wensen van één Arabisch gedomineerde staat “from the river to the sea”.

1. Diepe onwetendheid over Joden en jodendom

Slechts 24% schat het aantal Joden in België correct in (ruim 30.000, vooral in Antwerpen en Brussel). 46% antwoordt fout, 30% weet het niet. 13% denkt aan 500.000 — zeventien keer te veel.

Over het aantal Joden wereldwijd (15 miljoen) antwoordt maar 18% correct; 40% weet het niet. Overschattingen zijn het talrijkst bij extreemrechts en bij moslimrespondenten.

Ruim 60% weet niet dat het jodendom de oudste van de drie monotheïstische godsdiensten is. 21% noemt het christendom, 15% de islam (bij moslimrespondenten: 52%).

Bij tien van de vijftien stellingen antwoordt minstens 30% “weet niet” — een gebrek aan historische en ethische houvast.

2. Antisemitisme wordt nauwelijks gezien

Slechts 37% van de Belgen vindt antisemitisme een wijdverspreid verschijnsel in eigen land; 42% noemt het zeldzaam, 21% weet het niet. Slechts 15% is “erg bezorgd” over geweld en haatspraak tegen Joden, tegenover 43% die niet bezorgd is.

Dat contrasteert scherp met de feiten én met het buitenland. In maart 2024 vond 76% van de Fransen antisemitisme wél wijdverbreid — een kloof van 39 punten. Tegelijk erkent 58% van de Belgen dat Joodse landgenoten een sterke toename ervaren door de oorlog in het Midden-Oosten.

Wat de cijfers wél tonen:

  • 144 antisemitische incidenten gemeld bij antisemitisme.be in 2023 — het hoogste aantal sinds de tellingen in 2001 begonnen.
  • Bij UNIA: 83 meldingen tussen 7 oktober en 7 december 2023, tegenover 55 in heel 2022.
  • FRA-onderzoek (688 Belgische Joodse deelnemers, begin 2023 — dus vóór 7 oktober): 97% ervoer antisemitisme in de voorbije twaalf maanden, 51% draagt nooit een Joods symbool uit veiligheidsoverwegingen, 54% mijdt bepaalde plaatsen.
  • Naar verhouding zijn Joden in België al jaren de eerste slachtoffers van racistisch fysiek geweld.

3. Klassieke vooroordelen blijven hangen

Acht van de vijftien stellingen worden door minstens een derde van de Belgen voor waar gehouden. Opvallend: het gaat zelden om openlijke vijandigheid, maar om clichés die als vanzelfsprekende waarheden worden herhaald.

4. Secundair antisemitisme: de Shoah als verwijt

Naast de oude clichés duikt het zogenaamde secundaire antisemitisme op: vijandigheid niet ondanks, maar vanwege Auschwitz. Het minimaliseert de Shoah, stelt haar voor als machtsinstrument van Joden, en nazificeert tegelijk Israël — onderzoekers spreken van “Shoah-distorsie”. In Vlaanderen, waar 67% van de Antwerpse Joden de oorlog niet overleefde, is dit bijzonder aanwezig: 47% van de Vlaamse respondenten vindt dat “de Israëli’s zich als nazi’s gedragen” en 43% dat Joden de Shoah instrumentaliseren.

5. Radicaal antizionisme als hefboom

Het rapport beschrijft hoe de Palestijnse zaak voor een deel van links een identiteitsmarker en zelfs een “civiele religie” werd. Vijandigheid tegenover Israël fungeert dan als sociaal aanvaarde vorm van afwijzing van Joden, die collectief verantwoordelijk worden gehouden voor het beleid van een staat op 3.200 km afstand — volgens de IHRA-definitie een antisemitische redenering.

Concrete cijfers: 45% van de Belgen wenst een tweestatenoplossing en 32% heeft geen mening. 8% wil één Arabisch gedomineerde staat van de Middellandse Zee tot de Jordaan (dus het verdwijnen van Israël), 5% wil het omgekeerde. 5% zegt sympathie te voelen voor Hamas; slechts 52% spreekt expliciet antipathie uit.

6. Drie haarden: extreemrechts, extreemlinks en moslimrespondenten

Vooroordelen zitten in alle lagen van de bevolking, maar zijn sterk oververtegenwoordigd in drie groepen. De onderzoekers benadrukken dat het om statistische oververtegenwoordiging gaat, niet om homogene blokken: niet alle moslims, niet alle kiezers van uiterst links of rechts zijn antisemitisch.

Extreemrechts (8% van de steekproef)
Scoort hoger dan het gemiddelde op 14 van de 15 stellingen. De “ontduiveling” van extreemrechts, vaak via steun aan Israël, heeft de klassieke clichés over geld en macht niet doen verdwijnen. Op secundair antisemitisme scoort deze groep juist iets lager dan gemiddeld.

Extreemlinks (ca. 7% van de steekproef)
Eveneens hoger dan het gemiddelde op 14 van de 15 stellingen — geen enkel negatief verschil, wat de onderzoekers opvallend noemen bij een groep die zich antiracistisch profileert. De grootste afwijkingen betreffen secundair antisemitisme: +17 punten op “Joden = nieuwe nazi’s” en +13 punten op de instrumentalisering van antisemitisme.

Belgische moslims
Hier zijn de vooroordelen twee tot drie keer zo wijdverbreid als bij de bevolking als geheel, met de grootste afwijkingen op 12 van de 15 stellingen. Ook over het conflict: 44% wenst één Palestijnse staat “from the river to the sea” (tegenover 8% van alle Belgen) en ruim een kwart uit sympathie voor Hamas (tegenover 5%). Het rapport wijst erop dat moslims zelf de meest gediscrimineerde groep in België zijn, maar concludeert dat dit de vaststelling niet ongedaan maakt: “men beschermt niet tegen racisme door de werkelijkheid te ontkennen”.

7. Regio, leeftijd en geslacht

Wallonië is het minst vatbaar (−5 tot −11 punten op zeven stellingen; 9% antipathie tegenover Joden versus 14% nationaal) — al vindt ook daar 74% Joden “erg hecht” en 25% dat ze de financiën controleren, in een regio met nauwelijks 2.000 Joden. Antisemitisme heeft geen Joden nodig om te bestaan.

Vlaanderen ligt boven het gemiddelde op tien van de vijftien stellingen, mede door het gewicht van extreemrechts en een sterk secundair antisemitisme.

Brussel scoort het hoogst, terwijl extreemrechts er nauwelijks bestaat — verklaard door het “islameffect” en de demografie van de hoofdstad.

Mannen scoren op alle vijftien stellingen hoger dan vrouwen (bv. instrumentalisering van de Shoah: 50% versus 32%); vrouwen kiezen veel vaker “weet niet”.

55-plussers houden vast aan traditionele clichés; 18- tot 24-jarigen scoren lager op tien van de vijftien, maar hoger op enkele opvallende punten (24% “Joden controleren de media” versus 10% bij 55-plussers). Vooral hun houding tegenover Israël springt eruit: 19% wil één Palestijnse staat, slechts 31% voelt sympathie voor de Israëlische gijzelaars (55-plussers: 52%).

8. Minder sympathie dan in Frankrijk

Slechts 22% van de Belgen voelt sympathie voor Joden, tegenover 36% van de Fransen; omgekeerd uit 14% van de Belgen antipathie, tegenover 6% van de Fransen. In een ranglijst van tien bevolkingsgroepen staan Joden vijfde (21% sympathie).

De auteurs verklaren het verschil met Frankrijk door het bredere publieke engagement van Franse politici en intellectuelen tegen antisemitisme, en door de grotere meningsdiversiteit: in Belgische media en universiteiten heerst volgens hen een sterk antizionistische doxa.

Conclusie: vier vormen die elkaar versterken

De titel “a perfect storm” verwijst naar het samenvallen van vier onderscheiden maar niet tegenstrijdige vormen van Jodenhaat:

  • Primair antisemitisme — de oude religieuze en raciale clichés over geld, macht en “volksvreemdheid”.
  • Secundair antisemitisme — Jodenhaat vanwege de Shoah: minimalisering, Shoah-distorsie en nazificatie van Israël.
  • Tertiair antisemitisme — electorale berekening: partijen die zich met scherpe anti-Israëlretoriek richten op een kiespubliek dat als vijandig tegenover Israël wordt verondersteld.
  • “Palestinisme” of metapolitiek antisemitisme — de Palestijnse zaak als sacrale identiteitsmarker, waarbij radicaal antizionisme een sociaal aanvaarde uitdrukking van afwijzing van Joden wordt.

Samen zetten deze dynamieken Belgische Joden klem en voeden ze een gevoel van isolement. Het rapport formuleert het scherp: niet de terugkeer van de haat is het meest verontrustend, maar haar gedaanteverwisseling.

Aanbevelingen: een “reset”

Het huidige beleid beperkt zich grotendeels tot het beveiligen van Joodse plaatsen — noodzakelijk, maar met het risico dat Joden nog verder geïsoleerd raken. Het Institut Jonathas sluit zich aan bij de eisen van het CCOJB:

  • een nationale strategie tegen antisemitisme, zoals gevraagd door de Europese Commissie;
  • de aanstelling van een coördinator antisemitismebestrijding;
  • de formele aanname van de IHRA-definitie door de federale regering;
  • evaluatie en eventuele herschrijving van de antiracismewet van 30 juli 1981;
  • een nationaal observatorium voor de registratie van antisemitische incidenten.

Daarnaast: sensibilisering van politiek, media en justitie; vervolging van daders, ook online via de Digital Services Act; inzet in klaslokalen, sportclubs en bedrijven; structureel opinieonderzoek; en gerichte informatiecampagnes tegen de onwetendheid die het rapport “afgrondelijk” noemt.

“Uitbarstingen van antisemitisme zijn indicatoren van de crises en de zwaktes van democratieën.” — Dominique Schnapper, geciteerd in het rapport. De auteurs voegen toe: de geschiedenis leert dat alles bij de Joden begint, maar er nooit bij blijft.

Bronnen